Testomgeving, geen live site
Direct naar inhoud
Blog

Wtta, VBAR en Wet DBA: waarom opdrachtgevers terughoudend worden met zzp’ers

3 maart 2026 · Door Inductus

Opdrachtgevers zeggen het de laatste maanden vaker: “We durven het niet meer.” Dat gaat niet over de kwaliteit van zelfstandigen. Veel van de beste specialisten werken juist buiten loondienst. Het gaat over risico. De regels veranderen, en vooral het gevoel bij opdrachtgevers over wat nog verdedigbaar is. Daardoor wordt de gewone manier van zzp-inhuur steeds lastiger uit te leggen.

In de reeks De Nieuwe Zelfstandige schreven we dat het probleem bij het model ligt en niet bij de zelfstandige. Hieronder werken we dat juridisch verder uit.

Drie wetten, drie verschillende vragen

Wet DBA. De Wet DBA bestaat al sinds 2016. Nieuw is dat de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer handhaaft, en dat opdrachtgevers grijze constructies niet meer accepteren. Bij de beoordeling telt hoe er feitelijk gewerkt wordt, niet wat er in het contract staat. Staat er in het contract “zelfstandig” terwijl iemand in de praktijk werkt als een medewerker, dan ontstaat precies de onzekerheid waar opdrachtgevers van wegblijven.

Wtta. Als mensen “TTA” zeggen, bedoelen ze meestal de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Die wet gaat over partijen die arbeidskrachten uitlenen, dus over de keten: intermediairs, brokers en doorleners. Voor een zelfstandige betekent dat: ook wie zelf alles goed regelt, kan last krijgen van een keten die strenger wordt getoetst. Opdrachtgevers werken dan liever alleen met partijen die kunnen aantonen dat hun zaken op orde zijn.

VBAR. Het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden werd op 4 juli 2025 ingediend en had twee delen. Het eerste deel moest in de wet uitschrijven wanneer iemand “in dienst van” een opdrachtgever werkt: hoe gezag, organisatorische inbedding en ondernemerschap tegen elkaar worden afgewogen. Het tweede deel voerde een rechtsvermoeden in: werkt een zelfstandige onder een bepaald uurtarief, dan wordt een arbeidsovereenkomst vermoed, tenzij de opdrachtgever het tegendeel aantoont. Beoogd was invoering per 1 juli 2026.

Van dat voorstel is alleen het tweede deel over. Op 10 maart 2026 schrapte het kabinet het verduidelijkingsdeel; dat schuift door naar een nog uit te werken Zelfstandigenwet. Het rechtsvermoeden, bij een uurtarief onder ongeveer 38 euro (peildatum 1 januari 2026, geïndexeerd), nam de Eerste Kamer op 16 juni 2026 aan. De datum van inwerkingtreding wordt bij koninklijk besluit vastgesteld. Voor het gezagscriterium, waar de meeste twijfel zit, komt er dus voorlopig geen verduidelijking, en die onzekerheid houdt opdrachtgevers voorzichtig.

Waarom opdrachtgevers afhaken

Opdrachtgevers hebben meestal niets tegen zzp’ers. Ze willen het risico niet meer dragen. Dat risico zien ze vooral in drie situaties:

  • De zelfstandige krijgt prioriteiten en instructies zoals een medewerker, en wordt ook zo beoordeeld.
  • De zelfstandige draait mee in vaste overleggen, systemen en teamdoelen en hoort feitelijk bij het team.
  • De zelfstandige vult langdurig een vaste functie in, met een voorspelbaar takenpakket.

In de praktijk merk je dat aan minder intakegesprekken, langere besluitvorming en meer vragen van HR, juristen en inkoop. Opdrachtgevers kiezen dan eerder voor detachering, payrolling of een vast contract.

Wat er voor zelfstandigen op het spel staat

Voor veel zelfstandigen is zelf bepalen hoe ze werken de reden om zelfstandig te zijn. “Ga dan in loondienst” is daarom zelden een bruikbaar advies. Tegelijk staat juist de vorm waarin een zzp’er meedraait in de lijn het meest onder druk. Een volwassener manier van zelfstandig werken, die een opdrachtgever kan uitleggen, is dan de logische richting.

Dat raakt drie dingen:

  • Tarief. Opdrachtgevers kijken niet alleen naar het uurtarief, maar ook naar de vraag of ze de inzet kunnen verdedigen. Wie dat gesprek kan voeren, heeft een voordeel.
  • Zekerheid. Zekerheid komt minder uit een lange inzet in dezelfde rol en meer uit afspraken die voor beide kanten helder zijn.
  • Opdrachten. De markt wordt niet per se kleiner, maar wel selectiever. Een opdracht krijgen vraagt meer afbakening en beter opgestelde contracten.

Wat opdrachtgevers moeten regelen

Inhuur is minder een operationele kwestie en meer een juridische. De vraag wordt: hoe houden we toegang tot goede specialisten zonder achteraf discussie? Daarvoor moet een organisatie:

  • per opdracht vastleggen wat het resultaat is en waar de grenzen liggen;
  • iemand eigenaar maken van het risico in arbeidsrelaties;
  • beleid hebben dat overeenkomt met hoe er werkelijk gewerkt wordt;
  • weten wie er in de keten zitten en of die partijen aan de Wtta voldoen.

Veel organisaties lopen vast op dat kader, niet op hun bedoelingen.

Checklist

Voor zelfstandigen

  • Kun je je inzet beschrijven als een afgebakend resultaat in plaats van een functie?
  • Zet op één pagina je rol, wat je oplevert, waar je grenzen liggen en waaruit je zelfstandigheid blijkt.

Voor opdrachtgevers

  • Welke rollen zijn geschikt voor zelfstandigen, en welke niet?
  • Werken HR, juristen en inkoop met hetzelfde kader?
  • Past de dagelijkse aansturing bij wat er in het contract staat?
  • Weet je welke intermediairs, brokers en doorleners er in de keten zitten?

De waarde van zelfstandigen staat niet ter discussie. De vraag is in welke vorm zelfstandig werken uitlegbaar blijft, en die vorm verandert nu.